|
Wybe Ynses
Jelsma
Oud schipper
'Hoop op Zegen' (Jonge Rein).
Wybe Ynses Jelsma, geboren op 27 maart
1892 te Anjum en overleden op 29 juni 19 74
te Kollum (Gereformeerd verpleeghuis Bethesda), was een zoon van
Ynse Jelles Jelsma (*26-08-1891 te Kollumerzwaag - 02-10-1974 te
Dokkum)en Saakje Kornelis Boscha (*10-03-1856 te Anjum -
16-06-1898 te Anjum). Hij was getrouwd op 15 mei 1915 met Elisabeth
Gerrits de Boer, geboren op 09 juni 1896 te Anjum. Zij overleed op
03 juli 1984 te Burgum. Zij was een dochter van Gerrit Haikes de
Boer en Trijntje Lolkes Visser. Wybe en Elisabeth waren zwaar
gereformeerd. Zij liggen begraven bij de hervormde kerk te
Kollumerzwaag.
Wybe
Bet zoals ze genoemd werden waren vrachtschippers. Ze kwamen van de
Dongeradeelster Klei. Ze hadden één dochter, Tine (Tryntsje)
(*22-04-1917 te Anjum - 12-04-1994 te Dokkum). Wybe Ynses is
begonnen als zetschipper vanuit Anjum en Metselawier. Zijn vader
Ynse Jelles was vanaf 1877 al schipper op een klein tjalkscheepje
"de Jonge Popkjen" (7,90 x 2,48 m, holte 1,03 m, 20 ton). Ook zijn
grootvader Jelle Durks (*22-08-1813 te Anjum - 29-09-1891 te Anjum)
was schipper, vanaf 1867, op een beurtsnik "de Jonge Syke" (7 el 19
duim x 2 el 10 duim, holte 99 duim, 14 ton) vanuit Anjum. Het
schippersbloed was dus aanwezig.
In 1915, het jaar dat Wybe trouwde met
Elisabeth Gerrits de Boer in Anjum, staat in de trouwakte vermeld
dat Wybe spoorwegbeambte in Anjum op het Dokkumer Lokaaltsje was
(het eindpunt van de spoorlijn 1913-1935). Vanaf 1916 was Wybe
echter weer zetschipper vanuit o.a. Hantum en Metselawier, zo doet
blijken uit het bevolkingsregister. In 1920 kocht Wybe door
tussenkomst van Joris Sipkes Bouma schipper te Harlingen het skūtsje
"Hoop op Zegen" van Age Klazes Wijkstra uit Grou voor fl. 4.900,--.
Met dit schip, 37 ton laadvermogen, lag hij vooreerst in Dokkum.
Dochter Tine kon hierdoor in Dokkum naar de schipperschool gaan. Ze
lagen met hun skūtsje in Dokkum tot 11-01-1926. Nadat Tine de lagere
school had afgerond ging het gezin weer naar Anjum.
Wiebe
Rinzema uit Damwāld, een buurjongen van Wybe zijn kleinzonen,
vertelde dat Wybe altijd gekleed was in een schipperstrui. Daarbij
droeg hij ook altijd een schipperspet en in zijn mond een krūm pypke
die hij brandende hield. Hij heeft wel eens verteld dat hij met
bevriende schippers afsprak dat als ze een brug of een verlaat
naderden, ze dan net deden alsof ze de grootste ruzie hadden om wie
er als eerste door mocht. De mensen stonden dan onthutst te kijken.
In het verlaat bleven ze dit ook wel aanhouden, zodat de
sluiswachter de controle op de lading en de ijkmerken verwaarloosde.
Nadat ze de brug of verlaat gepasseerd waren hadden ze daar dan de
grootste pret om. Dit geeft o.a. wel enigszins zijn levensvreugde
aan. Ook voer Wybe veel samen met zijn broer Jelle (*21-07-1884 te
Anjum - 19-07-1964 te Harlingen) die ook schipper was. Ook Jelle
en zijn vrouw Sijke de Boer (*04-02-1890 te Anjum - 24-02-1947 te
Harlingen) hadden één dochter Klaaske (*17-08-1913 te Anjum -
27-09-1995 te Harlingen). Klaaske trouwde met Folkert Tjeerdsz
Sytema, familie van de hardzeiler Sytse Jiskes Sytema. Sytse Jiskes
Sytema was schipper op het Piipster skūtsje uit 1911 "De Jonge Jan"
[L 1265 N] waarmee vele prijzen zijn gewonnen. Tegenwoordig is dit
skūtsje van Jelle Talsma uit Warten die er nog steeds wedstrijden
mee zeilt in de IFKS.
Uit
een bewaard gebleven boekhoudingboekje van Wybe blijkt dat hij in
1920 meteen in februari een vracht compost van Ee naar Bijlen had.
Deze vracht leverde hem fl. 12,-- op. Daarop volgend staan er
ongeveer twee vrachten per maand met grind, basalt, takken,
aardappelen, turf en baggelaar. Vanaf oktober tot en met begin
december werden er vrachten met bieten aangenomen. Vanuit
Pieterburen, Warfum en Eenrum werden de bieten vervoerd naar de
suikerfabrieken in Groningen en Vierverlaten.
De retourvracht bestond dan uit pulp. Totale opbrengst dat jaar was
fl. 2.820,--.
Het jaar daarop zag het vervoerspatroon
er gelijkwaardig uit. Onder andere werden er houtjes en takken van
Drachten naar Dokkum, Anjum en Lioenssens vervoerd, zand van
Zwaagwesteinde naar Franeker en basalt van Harlingen naar Kol oud
zijl. Vanaf november weer met bieten en pulp. De totale opbrengst in
1921 was echter een stuk lager dan het jaar ervoor, namelijk fl.
1.383,--.
Wybe
vertok op 28-12-1936 uit Anjum met zijn skūtsje en gezin naar
Leeuwarden. Ze kwamen eerst met hun skūtsje in het Nieuwe Kanaal te
liggen aan de Emmakade NZ. Hier gingen ze later ook aan de wal wonen
met het skūtsje voor de deur. In 1951 werd het skūtsje verkocht aan
A. Schijpers uit Amsterdam. Deze zou het schip tot woonboot
ombouwen. Wybe en Elisabeth kregen in 1952 een rentenierwoning op
Sānbulten nabij Kollumerzwaag. Deze woning stond in de bocht van de
Koarteloane met de Achterwei. Tegenwoordig is het gemeentetuin en
staat er een rioolpomp op. Waarschijnlijkheid zijn ze hier komen
wonen, omdat hun enige dochter hier woonde. Zij trouwde met een
weduwnaar, een boer uit het Sweagerfean (tegenwoordig Kollumerzwaag),
Douwe Oense van der Schaaf (*26-08-1891 te Kollumerzwaag -
02-10-1974 te Dokkum). Zij kregen twee zonen, Douwe en Wybe. Nadat
ze het huisje verkocht hadden hebben ze nog een tijdje in de hofjes
aan de Koarteloane gewoond. Daarna zijn ze verhuisd naar Bethesda
in Kollum.
Frits Jansen |