Skűtsje

Jonge Rein

 

 

• Home • Nieuws • Historie • Fotos • Sponsors • Donateurs • Agenda • Bemanning • Links • Gastenboek •

 

Hoofd-

sponsors

 

 

 

 

 

 

Sub-

sponsors

Hans Overdiep Transport Wytgaard

 

 

 

 

.

.

 

 

 

Vrienden van skűtsje 'Jonge Rein'.

Jos Bijlsma
a.g.f. handel te Surhuisterveen
Voor belangstelling : 06 - 413 63 925

 

 

 

 

Cornelis van Es en Marjan Verhoeven

Oud schipper en schipperske ‘Eenhoorn’ (1973-2005)

 1973-1975

In mei 1973 kochten Cornelis van Es en Marjan Verhoeven het woonschip ‘Maliad’, gelegen aan het Jaagpad tegenover de Handelskade in het oude schippersdorp, met veel binnenvaart-roots, Vreeswijk (nu Nieuwegein).

Cornelis, roepnaam Cor (*06 juli 1948 te Djakarta, Indonesië), zoon van vader Cornelis van Es (*05 augustus 1889 - † 06 februari 1965 te Drachten) en moeder En Nio Thio (*04 juni 1914 te Indonesië - † 06 juli 1998 te Drachten), was na de soevereiniteitsoverdracht in 1960 met zijn ouders vanuit Indonesië naar Nederland gekomen. Deze migratie werd ook wel aangeduid met het woord repatriëring. Eenmaal in Nederland aangekomen kwamen ze terecht in Drachten waar Cor verder opgroeide. Cor genoot zijn opleiding aan het Drachtster Lyceum en in zijn vrije tijd beleefde hij veel plezier aan de watersport in het waterrijke Fryslân. In oktober 1968 kwam Cor bij het KNMI in De Bilt aan het werk. Daar trof hij drie maanden later collega Marjan (*13-11-1949 te De Bilt), dochter van Jan Verhoeven (*Utrecht) en Maria Jacoba van Vulpen (*Blauwkapel). Zij kwamen erachter dat ze dezelfde liefde deelden voor elkaar en voor o.a. platbodems. Op zoek naar gezamenlijke woonruimte werden ze door een collega van Cor getipt, die naast een te koop komend woonschip op het Jaagpad 9 in Vreeswijk woonde. Zo werd de ‘Maliad’ gevonden die als woonschip voor         fl. 10.000,-- te koop lag in Vreeswijk, incl. ligplaats aan het Jaagpad 8 ten noorden van de Koninginnensluis, ter hoogte van km. 46,728 aan de oostzijde in het Merwedekanaal.

 

Ze kochten het van Cornelis Johannes ‘rooie Cees’ Poppelier, die er samen met zijn vrouw Liena Wilhelmina Lokker, jaren op had gewoond. De ligplaatsvergunning werd overgenomen en op 22 augustus 1973 door Rijkswaterstaat tot 1 mei 1978 verlengd. Voor het gebruik van de ligplaats, welke staatseigendom was van de Dienst der Domeinen, moest een jaarlijkse vergoeding betaald worden van fl. 72,-- per jaar.

Er lagen meerdere woonarken hier in het Merwedekanaal. Met het graven van het Merwedekanaal werd in 1881 begonnen. Van Amsterdam naar Utrecht volgde het een nieuw tracé (dat van het huidige Amsterdam-Rijnkanaal), daarna liep het via de Vaartse Rijn, Vreeswijk, Vianen, Zederikkanaal naar Gorinchem. In Vreeswijk waren aanmerkelijke aanpassingen onvermijdelijk. Vlak voor het dorp werd een nieuw kanaalvak vanuit de Vaartse Rijn naar de Lek gegraven. Er werd ook een nieuwe sluis gebouwd, die in 1892 door de jonge koningin Wilhelmina en koningin-regentes Emma werd geopend. Vanwege dit feit kreeg de sluis de naam Koninginnensluis. Deze sluis betekende voor Vreeswijk een belangrijke toename van handelsactiviteiten en dus ook van de welvaart.

Vanaf het begin was het de bedoeling het witte woonschip met donkerbruine houten opbouw om te bouwen naar een varend, liefst zeilend, schip. Maar het schip werd in de eerste plaats gekocht om in te gaan wonen. Het woonschip had van achteren uit bekeken een keuken, woonkamer, slaapkamer en deels onder het voordek een kleine werkplaats, waar jarenlang zeilwerk, zonneschermen en markiezen werden gemaakt door Cees. Het schip kon vanaf de oostelijke Kanaaldijk via een loopplank bereikt worden. Nadat Cor en Marjan eigenaar waren geworden van hun nieuwe woonschip traden ze op 5 juli 1973 in een ander bootje.

In de woonark werd als eerste het interieur door Cor en Marjan verbouwd. Daarna werden er al snel plannen gemaakt voor een ingrijpende verbouwing van de opbouw en het inbouwen van een motor.

 

1975-1978

In overleg met ‘Scheepswerf & Machinefabriek Buitenweg’ te Vreeswijk werd een plan gemaakt om de houten opbouw te vervangen door een stalen. Verder werden voorbereidingen getroffen voor de inbouw van een motor. Bij de constructie van het voordek en de opbouw werd al rekening gehouden met de t.z.t. te plaatsen mast. Bij al die plannen bleef voorop staan dat het schip als woonschip gebruikt moest kunnen worden. Er werd om die reden gekozen voor “stahoogte” (1,85-1,90 m) in de roef. Uitgangspunt daarbij was de lengte van Cor. Niet mooi, wel praktisch! Omdat het achterdek ontbrak, werd ook hier gekozen voor comfort: een kuip. Opnieuw: niet mooi, wel praktisch!

Een andere beperking waren de financiële middelen. Cor en Marjan kozen ervoor om de verbouwingen te financieren met spaargeld en dat was niet onbeperkt. Na het maken van de plannen werd de verbouwing uitgevoerd bij en door ‘Scheepswerf & Machinefabriek Buitenweg’. Er werd veel zelf gedaan, met behulp van vrienden en familie. Om voldoende tijd te hebben voor de verbouwing stopte Cor met werken. Hij was daardoor veel op de werf te vinden waar hij veel ervaring op deed. Op de werf heeft Cor zelfs meegeholpen met het klinken van schepen. In die hectische tijd van de verbouwing vond Cor tijd om met een opleiding tot maatschappelijk werker te starten.

In april 1975 werd eerst de houten roef afgebroken en was er alleen nog een kale romp over. Bij het zien van de romp bleek de stevenscheg van het voorschip verdubbeld te moeten worden. Daarna begon men met de opbouw van de nieuwe roef. De roef werd voorzien van een teakhouten betimmering en isolatie en de mastvoet werd geplaatst. Daarnaast werden diverse pijpwerkzaamheden uitgevoerd, roefdeurtjes geplaats en een lichtkap op de roef aangebracht. In de roef werden drie patrijspoorten geplaatst en vier ramen in rubber gezet. Voor in het schip kwam achter de mastvoet het slaapvertrek van circa 2,5x2,5 m met vaste kastruimte en een tweepersoonsbed. Voor lichtinval, maar vooral voor de veiligheid, werd het slaapvertrek voorzien van een licht- cq. vluchtluik in het voordek. Voor de mastvoet kwam aan stuurboord het toilet/de douche. Daarvoor kwam er een 60 l kunststoffen vuilwatertank. Daar waar vroeger de laadruimte (it rom) van het skűtsje was werd nu de woonkamer gemaakt. Bij de ingang vanuit de kuip kwam de kombuis. Aan bakboord het keukenblok met drie kastjes, een kunststof aanrechtblad met rvs spoelbak en een mengkraan. Aan stuurboord kwam een 3-pits gasfornuis met oven, Elecrolux koelkast en later ook nog een Panasonic magnetron. Woonkamer en kombuis waren bijelkaar circa 7x3 m.

In het schip kwam een waterdruksysteem, 12V Flojet drinkwaterpomp met drukvat of direct waterdruk via walaansluiting, en werd een 500 l watertank, gecementeerd, geplaatst en de voorbereiding voor het plaatsen van een motor getroffen. Al het ijzerwerk aan de binnenkant van het schip werd ingevet. Een monnikenwerk als je bedenkt dat er om de 34,5 cm een spant zit (in totaal 42 stuks, excl. kop en kont), maar voor conservering noodzakelijk. Het meest vervelende was wel dat je nergens even lekker er bij kon staan.

Voor de maatvoering van het geheel nieuw stalen roer werd het oude roer weer opgedoken, dat de vorige eigenaar, Cees Poppulier, van het schip had gehaald en onder water had bewaard. Al met al een meerjarenplan waar met veel plezier aan werd gewerkt. Eind 1976 werd de eerste fase afgesloten.

 

Scheepswerf & Machinefabriek Buitenweg’

 

Op donderdag 28 maart 2002 zijn de helling, de bedrijfsgebouwen en het terrein van de voormalige ‘Scheepswerf Buitenweg’ te Vreeswijk officieel overgedragen aan de gemeente Nieuwegein. De gemeente Nieuwegein had eind 2001 alle gebouwen en terreinen aan de Wierselaan overgenomen van de familie Buitenweg. In mei 2002 is de Stichting Museumwerf Vreeswijk officieel opgericht. Deze stichting is verantwoordelijk voor de exploitatie van een werkende museumwerf. Om de scheepswerf als museumwerf te kunnen laten functioneren heeft de Stichting Museumwerf Vreeswijk ook alle gereedschappen en overige inventarisgoederen aangekocht van de familie Buitenweg. Zodoende is het mogelijk geworden na de overdracht de werkzaamheden als museumwerf voort te zetten. De ‘Scheepswerf Buitenweg’ is hiermee na 145 jaar opgehouden te bestaan en is in afgeslankte vorm blijven voortbestaan als ‘Museumwerf Vreeswijk’. Bij de Museumwerf bevinden zich aan de Vaartse Rijn ligplaatsen voor historische binnenvaartschepen.

Na een ingrijpende verbouwing is de werf op 19 mei 2006 heropend en ingericht als een werkende museumwerf waar naast exposities over de binnenvaart ook historische schepen kunnen worden gerestaureerd en gerepareerd. Het blijft dus nog steeds mogelijk schepen te (laten) repareren op de werf. Er zijn echter ten opzichte van de oude situatie nog wel enige spelregels. De te repareren schepen moeten geregistreerde origineel historische (binnenvaart)schepen zijn.

 

  

1978-1989

In mei 1978 werd bij de ‘Scheepswerf & Machinefabriek Buitenweg’ te Vreeswijk een Ford EBRO 4 cilinder scheepsdieselmotor nr. 211402, type Silverstar 592E, vermogen 63 pk, met Velvet Drive hydraulische keerkoppeling type AS 3-71Cr met een reductie 2,1:1 geleverd. Die zomer werd het ingebouwd en een schroefas en schroefaskoker geplaatst en aangesloten met alle bijbehorende leidingen en met een bronzen scheepsschroef  20“x16” LK. 3. Ten behoeve van de benodigde brandstof kwam er een 400 l stalen brandstoftank in het schip. Er kwam een Morse bediening op de ‘Maliad’ en in het achterschip werd een kimcooling aangebracht.

 

Na de restauratie in 1981, kreeg het schip naast een nieuwe functie ook een nieuwe naam: ‘Eenhoorn’. Je kunt zeggen dat het toepasselijk was, omdat deze naam stond voor een vis in het water of dat in de middeleeuwen de Eenhoorn werd bestempeld als een sterk en woest beest en toch ook geassocieerd werd met kuisheid en maagdelijkheid, het dier kon immers alleen in bedwang gehouden worden door een maagd. In werkelijkheid vond Cor het een praktische naam met veel rechte lijnen in de letters, wat makkelijk te gutsen was. Of het aan Cor zijn gutskwaliteiten lag of niet, maar de naam ‘Eenhoorn’ werd dikwijls gelezen als ‘Eekhoorn’, waar Marjan altijd smakelijk om moest lachen. Maar Cor kon desondanks handig overweg met hout. Hij presteerde het zelfs om voor op het roer een sierlijke klik te maken, welke nog in het bezit is van Marjan die daar geen afstand van kon doen.

In deze periode werd het schip gebruikt als woonschip en als pleziervaartuig. Aanvankelijk waren Cor en Marjan vooral in hun vrije tijd te vinden op de Lek. Daar zijn verschillende recreatieplassen ontstaan door de bouw van de stuw in de Neder-Rijn bij Amerongen. De rivier die oorspronkelijk o.a. langs het dorp Maurik liep is destijds daar een paar honderd meter naar het noorden verlegd. Ter hoogte van het dorp ontstond hierdoor een dode rivierarm. Het gebied ertussen wordt bij Maurik het Eiland van Maurik genoemd. Het is nu vooral watersport recreatiegebied en natuurgebied. De resten van de bedrijvigheid van vroeger zijn hier in de vorm van drie vervallen steenfabrieken nog terug te vinden. Ook bij het oude handelsdorp Culemborg was zo’n recreatieplas. Bij deze rustieke Betuwse dorpen werden vaak weekeinden en korte vakanties doorgebracht. Ze voeren ook wel voor een avond/nacht de Lek op. Dan gingen ze tussen de kribben voor anker.

Een ander geliefd adres was de Loosdrechtse Plassen. Dit waterrijke gebied tussen de Vecht en de Utrechtse Heuvelrug is ontstaan door vervening. Petgaten en legakkers dienden hier ooit voor het winnen en drogen van turf. Ze zijn weggeslagen door harde wind en golfslag. Zo ontstonden grote en kleine plassen. Bij het Watersportparadijs Ottenhome konden Cor en Marjan dagen achter elkaar genieten en relaxen. Ottenhome is gelegen in de schitterende, waterrijke omgeving van het voormalige veendorp Loosdrecht. Het kende een cultuur van vrijheid en blijheid waar onder de bezoekers een goede mix was. Er heerste nog een puur Hollandse, gemoedelijke sfeer met nette prijzen. In de grootste verhuurhaven van Nederland huurde ze dan een ‘16 kwadraat’ zeilboot voor een dagje sportief waterplezier. Toen Cor en Marjan een Beusichemse Jol hadden gekocht (een van de eerste Breedendam’s) namen ze die mee om te zeilen.

Marjan behaalde in 1984 haar vaarbewijs waardoor ook zij kon schipperen. De vakanties brachten ze door op en rond het IJsselmeer, in Fryslân en op de Waddenzee. Drie keer is op een alternatieve manier naar het noorden gevaren, dan via het IJsselmeer, om uiteindelijk in Fryslân uit te komen. Via de IJssel werd eerst Genemuiden aangedaan. Daar heb je de mogelijkheid om aan de kant van Overijssel te blijven. Van Genemuiden kun je dan via Zwartsluis over de Beulakerwijde en het Giethoornsche meer naar de Kalenbergergracht door de Weerribben via Ossenzijl naar het Friese merengebied varen. Een andere mogelijkheid die bevaren is vanaf Genemuiden was via de Noordoostpolder over Emmeloord langs de A6 naar Lemmer en daar naar “binnen” Fryslân in. Ook is via Noord-Holland naar Den Helder gevaren om van daar via de Waddenzee Fryslân te bereiken. Maar meestal gingen ze met de ‘Eenhoorn’ via de Vecht naar Muiden of via het Amsterdam Rijnkanaal, door de Oranje Sluizen bij Amsterdam, naar het IJsselmeer. De eerste dag voeren ze dan tot Hoorn of Enkhuizen. Daar konden ze goed voor anker liggen. De jol werd dan gebruikt om proviand in te slaan in de stad. Ze bleven ook wel eens een paar dagen bij de eilanden in het IJmeer voor Muiden liggen, als het mooi weer was, en ze eerst wilden bijkomen.

In deze periode werd het interieur verbeterd; aan de buitenkant werd niet veel veranderd. Behalve dan dat de kleur van het schip gewijzigd was. De lange roef werd citroenwit geverfd. Tot en met het berghout was het schip zwart. Het boeisel werd groen. Later in 1994 afgezet met een citroenwitte bies. Er werd hard gespaard voor het volgende plan: zwaarden, lieren, het rondhout en natuurlijk ... zeilen.

Die plannen liepen vertraging op i.v.m. de aankoop van het huis aan de Julianaweg 19 te Nieuwegein.

1989-1996

De plannen om het schip zeilklaar te maken bleven kriebelen. In 1989 werd een ankerlier geplaatst en een kettingbak gemaakt. Besloten werd de zwaarden, de lieren, het rondhout en de zeilen gefaseerd aan te schaffen. Rondhout en afzelia zwaarden werden geleverd door firma De Rie Masten uit Werkendam. Twee zwaardlieren, vallenlier met drie rollen en een dirklier kwamen van Jappie Yme Strikwerda Scheepslieren uit Schraard en de witte dacron zeilen (grootzeil 68 m2 en fok 30 m2) werden gekocht bij zeilmakerij Hopman Sails uit Bunschoten-Spakenburg. Aan de mast kwamen rvs verstaging en vallen. De rvs verstaging en de vallen werden gekocht bij de fa. De Groot in Stavoren. Cor haalde de verstaging uit Fryslân op per motor. Omhangen met meters roestvrij staal kwam hij dan terug in Nieuwegein. Bij Markus B.V. Scheepsmaterialen aan de Keulsekade te Utrecht werden door de jaren heen vele scheepsmaterialen aangeschaft van gasolie tot karabijnhaken. Zo werd het schip omgebouwd van woonschip via motortjalk naar zeilschip. En ondanks het feit dat het schip zeker niet als een skűtsje was opgebouwd, hadden Cor en Marjan er veel plezier van en waren zij trots op hun Friese tjalk. Zeker toen in 1994 de zeilen voor het eerst konden worden gehesen.

Toen de zeilen er eenmaal waren, was dat echt de kroon op jaren hard werk. Het schip bleek goed te zeilen met twee personen, maar meestal waren er meer mensen aan boord. Zoals verwacht zeilde het schip prima. Voor Cor en Marjan het moment dat ze hun doel hadden bereikt en het schip “klaar” was (voor zover een schip ooit klaar is). Dat vonden ze een goed moment om het te boek te stellen. Plannen daarvoor hadden ze al geruime tijd. Bijvoorbeeld i.v.m. het vaststellen van het recht op eigendom bij diefstal. Het schip werd teboekgesteld in het Scheepsregister van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers te Amsterdam op 15 januari 1996 in deel 368 en werd gebrandmerkt met 12578 BA 1996. De officiële afmetingen van het schip in de boeken waren 16,43 m x 3,60 m met een waterverplaatsing van 17,60 m3.

 

Nu kon ook op het IJsselmeer en de Waddenzee zeilend de vakanties doorgebracht worden. Op het IJsselmeer bleven ze vaak dagen achtereen “buiten”. Echt recreëren, relaxen, vissen en zwemmen, daar kregen ze geen genoeg van. Vaak waren ze niet alleen, maar hadden ze gasten aan boord.

Als ze het wad op gingen, dikwijls via Kornwerder-zand, brachten ze ook altijd een bezoek aan de Waddeneilanden. Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog hebben ze vaak aangedaan. Altijd voor de kust voor anker en dan lopend over het drooggevallen wad of eerst met de jol en later met een rubberboot naar de vaste wal. Alleen op Terschelling hebben Cor en Marjan wel eens overnacht in de haven. Maar dan lagen ze tussen de charters. Dat vonden ze minder prettig. Al die charter-gasten dag en nacht stampend over het schip. Van en naar het wad gingen ze zowel via de sluizen in de Afsluitdijk als via Lauwersoog.

Weer in Fryslân gingen Cor en Marjan altijd even naar Drachten, op familiebezoek. Dat was tevens een mooie aanleiding, maar zeker niet een excuus, om heel het mooie Friese meren gebied weer door te varen.

 

1997-2005

In 1997 kwam echter een tegenvaller: het schip lekte op de klinknagels van de kimmen naar het vlak. Al die jaren was het schip krukdroog gebleven en ineens stond er water op het vlak. Waarschijnlijk was het schip door het zeilen meer gaan bewegen (wringen), waardoor er ruimte kwam in de nagels.

Opnieuw werden er plannen gemaakt met ‘Scheepswerf & Machinefabriek Buitenweg’. Deze keer voor het vervangen van het vlak. Gekozen werd om niet te dubbelen. De tjalk ging voor een jaar de loods in bij ‘Buitenweg’. Er werd een nieuw vlak, dik 6 mm (conform origineel bestek), over een lengte van ruim tien meter “ingezet” en de kimmen werden vakkundig vernieuwd. Totaal werd er 2.300 kg staal verwerkt en aangebracht. Waar nodig werden bestaande gedeeltes spoor met strippen gedeeltelijk uitgebrand, glad gemaakt en vervangen. De ingang van de roef werd van stuurboordzijde verplaatst naar het midden en er kwamen aan weerszijde van de roef drie ramen i.p.v. twee. Omdat de betimmering hiervoor moest worden verwijderd, werden er ook plannen gemaakt voor een geheel nieuw interieur.

Ook nu werd er weer meegewerkt door vrienden en familie. Het schip werd van binnen weer helemaal in het vet gezet. Aan de buitenkant kwam er een nieuw verfsysteem op. Daarvoor moesten eerst alle resten van de in 1978 aangebrachte loodmenie en de resten van latere verf- en teerbeurten worden verwijderd. Het schip werd kaal gemaakt en opnieuw in de verf gezet en het vlak en kimmen werden geteerd. Nadat het schip van de werf kwam, begon het intimmeren opnieuw.

Toen bleek dat Cor en Marjan het niet meer op konden brengen nogmaals helemaal voor het schip te gaan. De kosten en de baten werden tegen elkaar afgezet en besloten werd tot de verkoop van het schip.

 

In 2003 liet Ronald Bastiaan Blokland (*05-10-1972 te Nieuwegein), een projectleider in de wegenbouw, zijn oog al eens vallen op de ‘Eenhoorn’ en met name zijn ligplaats. Hij informeerde bij Rijkswaterstaat of hij in aanmerking kon komen voor de ligplaats aan het Jaagpad. De ligplaats was nog steeds eigendom van het Rijk en werd nu verhuurd voor 267,96 per jaar door de Dienst der Domeinen via een huurovereenkomst die op naam stond van Cor van Es, vanaf 29 juli 2004 op naam van Marjan Verhoeven. Deze kon alleen door de Domeinen worden overgedragen. De verleende ligplaatsontheffing had betrekking op de woonark en was daardoor niet zelfstandig overdraagbaar. De ligplaats was gebonden aan het object. Indien Marjan de ligplaats deugdelijk opleverde kon de ontheffing worden opgeheven en kon Ronald in aanmerking komen. Ronald kreeg het advies de woonark te kopen waardoor de tenaamstelling van de ontheffing werd gewijzigd.

 

Marjan liet op 30 november 2004 een Taxatierapport door Scheepsmakelaardij Enkhuizen opmaken. E.e.a. werd getaxeerd op 165.000,-- (120.000,-- ligplaats /    45.000,-- schip). Het was Ronald in het bijzonder te doen om die ligplaats, waar de ligplaatsvergunning op 13 september 2001 al verlengd was tot 1 september 2014. Het was een ligplaats die beschikte over water-, riool-, gas-, electriciteit-, telefoon- en kabelaansluiting.

Op 2 mei 2005 werd het Nederlands binnenvaartschip ‘Eenhoorn’, type tjalk, verkocht aan Ronald Bastiaan Blokland en Muriël Bianca de Heer (*03-06-1968 te Zwijndrecht) voor 159.000,--, incl. de gebruiksrechten van de ligplaats aan het Jaagpad 8 te Nieuwegein. Doordat het interieur van het schip half was afgebouwd, de tuigage en met name mast in slechte staat waren en er roestvorming aan de binnenkant van het boeisel was ontstaan door achterstallig onderhoud, werd er 1.500,-- ingehouden op de verkoopprijs.

Met pijn in het hart werd afscheid genomen door Marjan en Cor van het schip waar zij meer dan dertig jaar hun ziel en zaligheid in hadden gelegd. Omdat Ronald het schip weer snel wou verkopen om een ark aan het Jaagpad neer te leggen had Marjan, die inmiddels in Workum was gaan wonen, nog wel de gelegenheid om het schip terug te kopen, maar zag hier rationeel van af.

 

Door Frits J. Jansen, dec. 2008

Stichting Skűtsje ‘Jonge Rein’

 

 

 

 

Home | Nieuws | Historie | Fotos | Sponsors | Donateurs | Agenda | Bemanning | Links | Gastenboek

 


Voor het laatst vernieuwd zondag 28 maart 2010.